ECLI:NL:HR:2021:1202
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake sociale zekerheidscoördinatie Rijnvarenden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over een overeenkomst op grond van het Verdrag betreffende sociale zekerheid van Rijnvarenden en de EU-verordening 883/2004.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest is in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2021 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigd.