ECLI:NL:HR:2021:1204
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in sociale zekerheidszaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die betrekking had op een besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De zaak betrof een verzoek tot het sluiten van een overeenkomst op grond van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden en de Verordening (EG) nr. 883/2004 over de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep kunnen leiden. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de rechtsvragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 6 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.