ECLI:NL:HR:2021:1210
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake sociale zekerheidscoördinatie
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over de toepassing van sociale zekerheidsregels voor Rijnvarenden en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels. De zaak betrof de uitleg en toepassing van artikel 13 van Pro het Verdrag van 30 november 1979 en artikel 16 van Pro Verordening (EG) nr. 883/2004.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daarbij was het niet nodig om de motivering nader toe te lichten, omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigd.