ECLI:NL:HR:2021:1211
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over dwangsom en immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hof het verzoek om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar en het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn had afgewezen.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd in stand.
De uitspraak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke procedure waarin de redelijke termijn en de toekenning van dwangsommen centraal stonden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.