ECLI:NL:HR:2021:1215

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 2021
Publicatiedatum
2 september 2021
Zaaknummer
21/02578
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 AwbArt. 8:18 AwbArt. 29 AWRArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking van raadsheren Hoge Raad in belastingzaak buiten behandeling gesteld

Verzoeker heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld in een belastingzaak en vervolgens verzocht om wraking van de drie raadsheren die de zaak zouden behandelen. Het wrakingsverzoek werd ingediend kort voor de openbare uitspraak en was gericht tegen de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.

De Hoge Raad beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 8:15 en Pro 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 29 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Deze bepalingen stellen dat een wrakingsverzoek moet zijn gemotiveerd met feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten.

De ingediende faxbrief bevatte wel een opsomming van diverse klachten en verwijzingen naar eerdere arresten en vermeende schendingen, maar bevatte geen concrete feiten of omstandigheden die specifiek betrekking hadden op de drie raadsheren. Hierdoor voldeed het verzoek niet aan de motiveringseis en kon het niet worden aangemerkt als een geldig wrakingsverzoek.

De wrakingskamer besloot daarom het verzoek buiten behandeling te laten. De beslissing werd genomen door de vicepresident en twee raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2021.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de raadsheren is buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
VIERDE KAMER
Nummer21/02578
Datum3 september 2021
BESLISSING
in de zaak van
[verzoeker] te [plaats] (hierna: verzoeker)
betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking van de hierna te noemen leden van de Hoge Raad.

1.De procedure

1.1
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de belastingkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 20/01396. Bij brief van 17 juni 2021 is aan verzoeker medegedeeld dat op 25 juni 2021 de beslissing in de hiervoor genoemde zaak in het openbaar zal worden uitgesproken. Tevens is daarin medegedeeld dat de arresten zullen worden gewezen door de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.
1.2
Bij op 18 juni 2021 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen faxbrief heeft verzoeker de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden van de Hoge Raad. Het wrakingsverzoek is bij de Hoge Raad ingeschreven onder nummer 21/02578. De drie raadsheren waartegen het wrakingsverzoek is gericht hebben medegedeeld dat zij niet in de wraking berusten.

2.Beoordeling van het wrakingsverzoek

2.1
Ingevolge artikel 8:15 Awb Pro kan elk van de rechters die een zaak behandelen, door een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ingevolge artikel 29 AWR Pro is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het beroep in cassatie in belastingzaken.
2.2
Verzoeker heeft in zijn faxbrief van 18 juni 2021 het volgende aangevoerd:
“Grondslag Wraking :
1. Schendingen Arrest Hoge Raad. Vrijstelling inkomsten belastingen . Alle slachtoffers van Letselschade zijn vrijgesteld van inkomsten belasting Werk-woning.2. Stelplicht Arrest is beperkt tot bewijs. dat eiser Cassatie [...] op 23 april 2001 Letselschade/beroepsziekte heeft opgelopen bij werkgever [...]3. Conform: Burgerlijk Wetboek 6 art:162 ook Pro in bestuur recht van toepassing. { ECLI:NL:HR:2017:18 ] is conform artikel 24 Rv Pro jo en artikel 149 Rv Pro eerste lid. Voldaan aan de stelplicht. Verwijs naar ingevoegde proces stukken . { melding 2 april 2002- P/V rechtbank 2007 [...] en brief 14 oktober 2019. causaal verband uitkeringen Letselschade>Arrest H/R. Recht op vrijstelling vanaf 22 april 2001.4. schending ;Recht op betaling onmacht griffie rechten in 7 Cassatie beroepen. Uit AOW uitkering en klein aanvullend pensioen. Met opgelegde Executie beslagen. Sinds 2019.5. schendingen artikel 6.1 EVRM recht op FaiR Trial.6. Schending Arrest Hoge Raad Der Nederlanden .ECLI:NL:HR;2017:18 / ECLI:NL;HR;1919:AG 1776 / ECLI:NL:HR;2020;717 door Belastingdienst Nederland7. Dood door schuld W/S artikel 307 door Pro belastingdienst Nederland. Bestendigd door Hoge Raad sinds 20108.Eiser cassatie heeft sinds 22 april 2001 recht op vrijstelling conform uw Arrest.Betaling onmacht met opzet door de Overheid diensten Belastingdienst en UWV veroorzaakt mede bestendigd door leden van de Hoge Raad Der Nederlanden. Conform Ongekend Onrecht toeslag ouders.
2.3
Ingevolge artikel 8:16 lid 2 Awb Pro moet een wrakingsverzoek worden gemotiveerd. Dit houdt in dat het verzoek de feiten of omstandigheden dient te vermelden waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een verzoek dat niet voldoet aan deze motiveringseis, kan niet worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro (zie onder meer HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1868, rov. 2.1). Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen (artikel 8:16 lid 3 Awb Pro). Artikel 2.3.2, aanhef en onder a, Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad der Nederlanden bepaalt dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek niet is gemotiveerd. Artikel 8:18 lid 1 Awb Pro staat daaraan niet in de weg. Dat voorschrift is immers alleen van toepassing indien sprake is van een verzoek dat kan worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro. Die uitleg sluit ook aan bij de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, inhoudende dat de hoofdregel dat de behandeling van een wrakingsverzoek niet achterwege mag worden gelaten, alleen geldt bij een verzoek dat “does not immediately appear to be manifestly devoid of merit” (vergelijk voor een strafrechtelijke procedure: HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1770, rov. 4.4, 4.5 en 4.7).
2.4
De faxbrief van 18 juni 2021 bevat weliswaar een uiteenzetting van feiten en omstandigheden, maar geen feiten of omstandigheden die een of meer van de gewraakte raadsheren kunnen betreffen. De faxbrief bevat evenmin feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. Het onderhavige verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het verzoek tot wraking is gemotiveerd en kan dus niet worden aangemerkt als een wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb Pro. Om die reden zal de wrakingskamer het verzoek buiten behandeling laten.

3.Beslissing

De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
Deze beslissing is gewezen door de vicepresident V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A. Woller-van Welie, en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2021.