Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 september 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van het vervaardigen van amfetamine, in strijd met artikel 47 Sr Pro jo. artikel 2.D Opiumwet. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij hij onder meer klaagde over de strafmotivering met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij verwees de Hoge Raad naar eerdere jurisprudentie en stelde dat het niet nodig was om nadere motivering te geven.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Van Strien en Kuijer. De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de strafrechtelijke veroordeling in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen vervaardigen amfetamine.