Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen van het vervaardigen van amfetamine door het ter beschikking stellen van een woning waar een amfetaminelaboratorium was aangetroffen.
Het hof had geoordeeld dat de verdachte opzettelijk behulpzaam was geweest, mede gelet op zijn beschikking over de woning en wisselende verklaringen over werkzaamheden aan die woning. Het hof baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder DNA-sporen, getuigenverklaringen en vondsten in en rond de woning.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen opzet had en niet wist van het laboratorium. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte daadwerkelijk opzettelijk behulpzaam was, omdat het hof geen nadere vaststellingen deed over de aanwezigheid van de verdachte gedurende de periode dat het laboratorium aanwezig was, noch over zijn opzet op het gebruik van de woning voor amfetamineproductie.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande dossier.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 14 september 2021.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.