Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste en tweede middel
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 december 2022 (pagina’s 5 en 6 van het politiedossier), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] :
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplichtigheid aan hennepteelt en medeplichtigheid aan diefstal van elektriciteit en water, waarbij hij zijn woning ter beschikking stelde voor de kwekerij. Het hof baseerde de bewezenverklaring mede op het algemeen bekende gegeven dat henneptelers illegaal stroom en water afnemen, en op de vergoeding die verdachte ontving, die onvoldoende was om de kosten legaal te dekken.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende concrete bewijzen had geleverd dat verdachte opzettelijk medeplichtig was aan de diefstal van elektriciteit en water, en dat het hof ten onrechte uitging van een algemene veronderstelling zonder nadere concretisering van gedragingen.
De Procureur-Generaal stelt dat het hof het bewijs van medeplichtigheid aan diefstal niet zonder meer begrijpelijk heeft gemotiveerd. Het enkele feit dat verdachte huurder was en zijn woning beschikbaar stelde, en dat hij een vergoeding ontving, is onvoldoende om opzet op diefstal te bewijzen zonder concrete gedragingen of aanwijzingen. Daarom adviseert hij de vernietiging van het arrest voor zover het de bewezenverklaringen en straf betreft, met terugwijzing naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Daarnaast wijst de conclusie op de mogelijkheid van overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat gevolgen kan hebben voor de straf. De overige onderdelen van het arrest worden gehandhaafd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van medeplichtigheid aan diefstal elektriciteit en water.