Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
16 februari 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van witwassen van een zeilschip, een feit gepleegd door een rechtspersoon. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld en een geldboete van €10.800 opgelegd. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft de klachten over de bewijsvoering en strafmotivering beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest slechts voor wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en verminderde deze naar €10.300. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 16 februari 2021.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd van €10.800 naar €10.300 wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.