Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en overwegingen van het hof
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
5.Beslissing
21 september 2021.
Hoge Raad
Op 2 oktober 2016 vond in Helmond een bijtincident plaats waarbij twee Staffordshire terriers, waaronder een hond van verdachte en een hond van zijn schoonfamilie, vier andere honden aanvielen, waarvan één overleed. Verdachte werd vervolgd voor het niet voldoende zorgdragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, zoals bedoeld in artikel 425, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof verklaarde bewezen dat verdachte onvoldoende zorg had gedragen voor het onschadelijk houden van beide honden en oordeelde dat de hond van de schoonfamilie onder de hoede van verdachte stond. Ook kwalificeerde het hof de hond van verdachte als een gevaarlijk dier. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de hond van de schoonfamilie onder de hoede van verdachte stond, omdat verdachte slechts als bezoeker aanwezig was en geen zeggenschap had over die hond.
Daarnaast vond de Hoge Raad het oordeel dat de hond van verdachte als gevaarlijk moest worden aangemerkt onvoldoende onderbouwd, omdat de enkele omstandigheid dat het ras Staffordshire terrier is, niet volstaat om gevaarlijkheid aan te nemen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering over hoede en gevaarlijkheid en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.