Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
21 september 2021.
Hoge Raad
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld door een persoon die niet de verdachte is tegen wie het arrest is gewezen. Volgens artikel 427 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan cassatieberoep alleen worden ingesteld door de verdachte zelf of het openbaar ministerie.
De Hoge Raad overweegt dat degene op wiens naam het vonnis of arrest staat, als verdachte moet worden aangemerkt en dat alleen deze persoon in cassatie kan gaan. Omdat de indiener van het beroep niet de verdachte is, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat de tenuitvoerlegging van het arrest alleen op de verdachte zelf betrekking mag hebben. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu en raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering en uitgesproken op 21 september 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet door de verdachte zelf is ingesteld.