Conclusie
Nummer19/05544
Het cassatieberoep
De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
DD94.398 het geval voor dat degene die was aangehouden, ingesloten en in eerste aanleg was veroordeeld zich daarbij had uitgegeven voor een ander. Die ander stelde hoger beroep in tegen de op zijn naam staande veroordeling. Het hof verklaarde die ander niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De Hoge Raad vernietigde de beslissing van het hof en overwoog daartoe onder meer dat op grond van art. 404 Sv Pro degene te wiens laste het vonnis is gewezen bevoegd is tot het instellen van het hoger beroep. De omstandigheid dat een ander zich ter terechtzitting van diens personalia heeft bediend en afstand heeft gedaan van de bevoegdheid dat rechtsmiddel aan te wenden, doet daaraan niet af. [6] In HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3552 heeft de Hoge Raad in een soortgelijk geval naar het genoemde arrest van 21 juni 1994 verwezen en daaraan toegevoegd dat degene op wiens naam het vonnis staat, moet worden aangemerkt als degene ten wiens laste dat vonnis is gewezen.