ECLI:NL:HR:2021:1323

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2021
Publicatiedatum
17 september 2021
Zaaknummer
21/01138
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake inkomstenbelasting 2013

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2013. Het hof heeft de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland bekrachtigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om het middel inhoudelijk te motiveren, aangezien het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/01138
Datum17 september 2021
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 januari 2021, nr. 19/00727, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 18/2730) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.A. Kan, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2021.