ECLI:NL:HR:2021:1354
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over terugwerkende kracht sectorindeling werknemersverzekeringen
Belanghebbende, een onderneming, was sinds 1 januari 2006 ingedeeld in sector 44 voor de Wet financiering sociale zekerheid (Wfsv). Zij verzocht in 2018 om wijziging van de sectorindeling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 naar sector 10, maar werd door de Inspecteur ingedeeld in sector 11 per 1 september 2018.
De Belastingdienst hanteerde tot juni 2018 het beleid dat terugwerkende wijzigingen mogelijk waren tot vijf jaar, maar dit beleid werd gewijzigd en vastgelegd in artikel 97, lid 2, Wfsv, dat terugwerkende kracht tot 29 juni 2018 uitsluit. Het hof oordeelde dat deze wijziging niet in strijd was met het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM, mede vanwege de belangenafweging en het ontbreken van een redelijke overgangsregeling.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat er voldoende specifieke en dwingende redenen zijn voor de terugwerkende werking van artikel 97, lid 2, Wfsv. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van de vraag of belanghebbende recht heeft op indeling in sector 11 met ingang van 1 januari 2013 of een latere datum.
De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en moet het griffierecht vergoeden. Dit arrest is gewezen door de Hoge Raad op 24 september 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nieuwe beoordeling.