Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste, het tweede en het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
28 september 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder valsheid in geschrift met betrekking tot valse werkgeversverklaringen en salarisspecificaties. Het hoger beroep richtte zich slechts op twee van de drie feiten, waarbij het hof op grond van artikel 423 lid 4 Sv Pro de straf voor het derde feit moest bepalen.
Het hof bepaalde de straf voor het derde feit mede op basis van een reïntegratieplan van de reclassering, dat na de uitspraak van de rechtbank was opgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof hiermee een onjuiste maatstaf hanteerde, omdat het hof geen omstandigheden mag betrekken die in eerste aanleg niet aan de orde zijn geweest.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafbepaling van het derde feit en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde beoordeling van de straf voor dat feit. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor de strafbepaling van het derde feit en wijst de zaak terug voor hernieuwde strafbepaling.