ECLI:NL:HR:2025:16

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
18 december 2024
Zaaknummer
22/04895
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225.1 SrArt. 225.2 SrArt. 423.4 SvArt. 81.1 RO
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2022, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift. De verdachte werd bij eerdere behandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 maanden. In cassatie heeft de advocaat van de verdachte een middel ingediend, maar de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Vanwege het ontbreken van vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven bij de verwerping van het cassatieberoep.

Het arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, samen met raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, en uitgesproken op 14 januari 2025. Hiermee blijft het vonnis van het gerechtshof in stand en is de strafbepaling bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd met een gevangenisstraf van 23 maanden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04895
Datum14 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2022, nummer 21-004247-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat in Den Haag, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 januari 2025.