ECLI:NL:HR:2021:1539
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake vennootschapsbelasting 2010
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2010. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de aanslag bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten zag de Hoge Raad geen aanleiding tot veroordeling. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2021 door de raadsheren van de Hoge Raad, waarbij het cassatieberoep werd verworpen en de uitspraak van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof wordt bevestigd.