Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een vennootschap die investeerde in een tennis- en golfaccommodatie, vorderde in hoger beroep het recht op MIA en Vamil voor deze investering. De Inspecteur had dit geweigerd omdat niet aan de voorwaarden van de Milieulijst 2010 was voldaan, met name omdat niet al het gebruikte hout duurzaam was gecertificeerd.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, en het hof bevestigt deze uitspraak. Het hof oordeelt dat het gebruik van niet-gecertificeerd hout, een niet-gecertificeerde aannemer en het ontbreken van sluitende certificaten voor plafondplaten en kozijnen betekent dat niet kan worden vastgesteld dat het hout duurzaam is. De enkele stelling van belanghebbende dat alleen duurzaam hout is gebruikt, is onvoldoende.
De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat voor MIA alle gebruikte houtsoorten duurzaam moeten zijn. Het hof volgt deze strikte uitleg en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige belastingkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 december 2019.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op MIA en Vamil wegens het gebruik van niet-duurzaam hout.