Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een gewelddadige overval in 2010 in Wehl, waarbij Poolse verdachten betrokken waren. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het hof oordeelde dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend op een Pools adres van de verdachte.
De Hoge Raad beoordeelde echter dat uit de aan hem overgelegde stukken niet blijkt dat de dagvaarding daadwerkelijk aan de verdachte is uitgereikt, hetzij rechtstreeks, hetzij via bevoegde buitenlandse autoriteiten, zoals vereist volgens het toen geldende artikel 588 lid 2 Sv Pro. Het ressortsparket had wel een rechtshulpverzoek opgesteld en contact gehad met het internationaal rechtshulpcentrum, maar het is niet gebleken dat dit verzoek aan de bevoegde Poolse autoriteiten is aangeboden of uitgevoerd.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend niet begrijpelijk is en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig. Hiermee wordt het arrest van het hof vernietigd. De zaak wordt terugverwezen of verder behandeld conform de regels omtrent correcte betekening in het buitenland.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig en vernietigt het arrest van het hof.