Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Arnhem,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
29 oktober 2021.
Hoge Raad
In deze civiele zaak vordert Liander een schadevergoeding van €11.120,96 wegens schade aan een middenspanningskabel veroorzaakt door het heien van een funderingspaal door [eiseres], de hoofdaannemer voor grondroerende werkzaamheden. Voorafgaand aan de werkzaamheden had [eiseres] een KLIC-melding gedaan en proefsleuven gegraven, waarbij de kabels werden gelokaliseerd volgens de tekeningen van Liander.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelde Liander grotendeels in het gelijk. Het hof oordeelde dat de zorgplicht van de grondroerder zich uitstrekt over het gehele graafprofiel en niet beperkt kan worden tot de locatie van de funderingspaal, ook niet bij gefaseerde werkzaamheden. Dit is in lijn met de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces (CROW 250) en de WION, die eisen dat leidingen binnen het graafprofiel en een zone van 1,50 meter rondom gelokaliseerd moeten worden.
[eiseres] stelde dat het onderzoek beperkt mocht blijven tot de funderingspaallocatie vanwege de fasering van het werk, maar dit werd door het hof verworpen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Tevens veroordeelt de Hoge Raad [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van Liander wordt grotendeels toegewezen.