Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
9 februari 2021.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag is de verdachte veroordeeld voor medeplegen van moord, ook wel de 'Kliko-moord'. De verdachte stelde meerdere cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over het ontbreken van een behoorlijke ondervragingsmogelijkheid van een getuige en een verzoek tot reconstructie, alsmede een overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over de ondervraging en reconstructie niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en hoefde deze niet nader te motiveren. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, mede omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevond.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze van veertien jaar naar dertien jaar en acht maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken op 9 februari 2021 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van veertien jaar naar dertien jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.