ECLI:NL:HR:2021:1671
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt correctiebeleid bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg over 2015 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd waarbij het belastbare inkomen uit werk en woning werd gecorrigeerd. De aanslag werd na bezwaar verminderd tot een bedrag van €223. Belanghebbende beriep zich op het correctiebeleid van de Belastingdienst, dat stelt dat navorderingsaanslagen tot €450 niet worden opgelegd, tenzij sprake is van kwade trouw of repeterende onjuistheden.
Het Hof stelde belanghebbende in het gelijk en vernietigde de navorderingsaanslag, waarbij het correctiebeleid werd uitgelegd als een verbod op navordering tot €450, ook als de inkomenscorrectie hoger is dan €1.000. De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het Hof het beleid onjuist had uitgelegd, met name de betekenis van 'c.q.' als 'of'.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het beleid niet onjuist heeft uitgelegd en dat het beroep op het correctiebeleid terecht is gedaan. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft vernietigd.