ECLI:NL:HR:2021:1679
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake dividendbelasting beschikking
Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake dividendbelasting. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad gaf geen inhoudelijke motivering bij het oordeel, omdat de beoordeling van de middelen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarbij het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard. Hiermee blijft de beschikking inzake dividendbelasting ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de beschikking inzake dividendbelasting blijft gehandhaafd.