ECLI:NL:HR:2021:1682
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslagen loonheffingen tegen belanghebbende
Belanghebbende, voorheen bekend als [A] B.V., werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen loonheffingen over de periodes van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 en 1 juni 2013 tot en met 30 juni 2013. Na eerdere procedures bij het Gerechtshof Amsterdam en Den Haag, waarbij het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2019 leidde tot verwijzing naar het Hof Den Haag, werd het geschil opnieuw behandeld.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Hof Den Haag, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer, en de Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld aan de hand van een gerelateerd arrest (ECLI:NL:HR:2021:1595) en heeft geoordeeld dat de middelen falen.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het Hof Den Haag is bekrachtigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee is de rechtsgang in deze zaak afgesloten en blijven de naheffingsaanslagen en de daarbij behorende beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen zijn bevestigd.