Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
BNB1992/387 [11] is het volgens het Hof mogelijk bij derden ten behoeve van de belastingheffing onderzoek in te stellen en vragen te stellen, zoals in dit geval is gebeurd. Uit de tekst van de bepaling noch uit de geschiedenis van de totstandkoming daarvan valt op te maken dat op grond van dit artikel alleen informatie kan worden gevraagd van ondernemingen met wie belanghebbenden een zakelijke relatie onderhouden. Verder strekt artikel 53 AWR Pro volgens het Hof ertoe te bepalen welke informatieverplichtingen die voor belastingplichtigen gelden, ook op derden van toepassing zijn. Het Hof ziet geen reden te oordelen dat de informatie die de Inspecteur heeft gevraagd – ook niet als daarin wordt gevraagd of bonussen worden verstrekt binnen het concern waarvan de betreffende derde deel uitmaakt – daar niet onder valt. De Inspecteur heeft volgens het Hof aannemelijk gemaakt dat deze uitvraag voldoende representatief is. Daar doet niet aan af dat de uitvraag niet alleen is gericht op de jaren 2012 en 2013, maar ook op latere jaren. De omstandigheid dat de uitvraag gericht is op meer jaren, vergroot volgens het Hof de kans dat de vraag of in enig jaar bonussen zijn toegekend, bevestigend wordt beantwoord.
3.Het geding in cassatie
Bewijslevering door informatie verkregen uit landelijk derdenonderzoek op de voet van artikel 53 AWR Pro
Stad Rotterdam-arrest), waarin de vraag aan bod kwam of de inspecteur bij inzage in de boeken van een bedrijf alleen gerichte vragen omtrent bepaalde belastingplichtigen of bepaalde kwesties mocht stellen. [22] De Hoge Raad kwam tot het oordeel dat dit niet het geval was; het recht op inzage was dus niet beperkt tot bepaalde aan te duiden boeken en bescheiden.
Stad Rotterdam-arrest heeft de Hoge Raad bovendien expliciet bevestigd dat de verplichting tot het ter inzage verstrekken van boeken en andere bescheiden slechts is beperkt tot diegene die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent. [27] De wetgever heeft – in tegenstelling tot wat de administratieplichtige in die zaak meende – volgens de Hoge Raad niet bedoeld deze verplichting te beperken tot administratieplichtigen die een zakelijke relatie [28] hebben met de derden waarover inlichtingen worden gevraagd.
Fiscaal up to Datehet volgende opgemerkt over de sancties bij het niet nakomen van de verplichtingen uit artikel 53 AWR Pro: [50]
ANPR-arresten [59] oordeelde de Hoge Raad dat het systematisch verzamelen, vastleggen, bewaren en bewerken van privégegevens een precieze wettelijke grondslag behoeft, en dat deze niet is neergelegd in de AWR [60] . De inmenging in het privéleven, aldus de Hoge Raad in onderdeel 2.3.2 van het arrest HR
BNB2017/79, ‘moet berusten op een naar behoren bekend gemaakt wettelijk voorschrift waaruit de burger met voldoende precisie kan opmaken welke op zijn privéleven betrekking hebbende gegevens met het oog op de vervulling van een bepaalde overheidstaak kunnen worden verzameld en vastgelegd, en onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen worden bewerkt, bewaard en gebruikt.’ Bovendien kunnen beperkingen op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer slechts worden gerechtvaardigd door of krachtens een wet in formele zin. [61] De vraag of informatie verkregen met derdenonderzoeken in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, kwam eveneens aan bod in de
SMSParking-zaak [62] en de
Stichting Museumjaarkaart-zaak [63] In de onderhavige zaken is deze jurisprudentie echter niet van toepassing. Het derdenonderzoek in de onderhavige zaken is namelijk verricht bij administratieplichtigen en betrof geen (informatie over) natuurlijke personen, zodat de bescherming van persoonsgegevens hier niet aan de orde is. Voor de volledigheid merk ik hierbij op dat in de onderhavige zaken ook niet is geklaagd over een eventuele schending van artikel 8 EVRM Pro.
Bitcoin mining-arrest [65] heb ik eerder betoogd dat het in de rede ligt dat, ingeval bewijsnood is ontstaan buiten toedoen van de procespartij die de bewijslast draagt, de feitenrechter zich daarvan rekenschap dient te geven in de keuze om al dan niet algemene statistische gegevens te bezigen als bewijs. [66] Dit zou naar mijn mening ook kunnen worden doorgetrokken naar het gebruik van uitkomsten van een derdenonderzoek.
Fiscaal up to Datehet volgende opgemerkt over de uitvraag in de onderhavige zaken: [68]
El Ouardivraagt zich af of de uitvraag door de Inspecteur in onderhavige zaken wel strookt met doel en strekking van artikel 53 AWR Pro: [69]
Vakstudie Nieuwsis daarentegen van mening dat de uitvraag in de onderhavige zaken wel kan worden gebaseerd op artikel 53 AWR Pro: [70]
Blaauwehanddat de landelijke uitvraag binnen de bevoegdheid van de Inspecteur op grond van artikel 53 AWR Pro valt: [73]
5.Beoordeling van de middelen
Middel 1
Stad Rotterdam-arrest (onderdeel 4.6). Het oordeel van het Hof getuigt dan ook niet van een onjuiste rechtsopvatting.
kunnenzijn. [77] Overigens is tijdens de parlementaire behandeling ook expliciet opgemerkt dat de fiscus op grond van deze algemene beperking niet zomaar om informatie kan vragen. [78] Dit lijkt mij ook meer dan redelijk; de fiscus zou anders veel vrijheid hebben om alle informatie die van belang kan zijn op te vragen bij willekeurige derden.
Aanwijzing van bonusaandelen als eindheffingsbestanddelen onder de werkkostenregeling