ECLI:NL:HR:2021:1683
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonheffingen
Belanghebbende, voorheen bekend als [A] B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Gerechtshof Den Haag inzake opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2012 en 2013, inclusief de daarbij behorende heffings- en belastingrente.
Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 12 juli 2019 de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling. In het huidige geding heeft belanghebbende meerdere middelen voorgesteld, waarop de Staatssecretaris van Financiën heeft gereageerd.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie uiteindelijk ongegrond verklaard, waarbij zij zich heeft gebaseerd op de motivering van een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2021:1595).
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in openbaar uitgesproken op 12 november 2021, waarbij de vice-president Koopman als voorzitter en vier raadsheren het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen loonheffingen zijn bevestigd.