ECLI:NL:HR:2021:1716
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende, woonachtig in Nieuw-Zeeland, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 januari 2020. Deze uitspraak betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2011.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het Hof kunnen leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Advocaat-Generaal had eerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de belastingaanslag van 2011 ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2011 blijft gehandhaafd.