ECLI:NL:HR:2021:172
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2014. Het hoger beroep was ingesteld door de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat deze geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming betroffen, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.