De inspecteur legde aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) op voor het jaar 2014, gebaseerd op een inkomen uit werk en woning van € 46.660. Belanghebbende stelde dat de ontvangen bedragen van haar echtgenoot geen belastbaar inkomen waren omdat zij niet duurzaam gescheiden leefden. De rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk en vernietigde de aanslag.
In hoger beroep stelde de inspecteur dat belanghebbende en haar echtgenoot sinds 1992 duurzaam gescheiden leefden, mede omdat de echtgenoot sinds 2006 in Marokko woonde en belanghebbende zelf verklaarde de samenleving niet te willen hervatten. Het Hof overwoog dat duurzaam gescheiden leven betekent dat ieder zijn eigen leven leidt alsof hij niet gehuwd is, en dat deze toestand bestendig moet zijn.
Het Hof vond de langdurige scheiding, de inschrijving op verschillende adressen en de afstand tussen woonplaatsen sterke aanwijzingen voor duurzaam gescheiden leven. Belanghebbende slaagde er niet in dit te weerleggen met bewijs. De door haar aangevoerde reizen en verklaringen waren onvoldoende om het oordeel te veranderen.
Daarom werd het hoger beroep van de inspecteur gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de aanslag aangepast tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 37.660. De proceskostenveroordeling van de rechtbank bleef in stand. Het Hof oordeelde dat belanghebbende geen recht had op arbeidskorting vanwege deze vaststelling.