ECLI:NL:HR:2021:1893
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over reikwijdte arbeidsinkomen bij emigratie voor arbeidskorting
Belanghebbende emigreerde op 1 november 2015 naar Costa Rica en ontving loon uit werkzaamheden in Nederland en in Costa Rica. De Inspecteur nam voor de arbeidskorting het totale wereldinkomen mee, terwijl het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat alleen het in Nederland genoten loon in aanmerking komt.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip arbeidsinkomen in artikel 8.1, lid 1, aanhef en letter e, Wet IB 2001 niet zo moet worden uitgelegd dat het ook het buitenlandse inkomen omvat dat niet in Nederland belastbaar is. De parlementaire geschiedenis en wetscontext bieden onvoldoende aanknopingspunten voor een bredere uitleg.
De Hoge Raad overweegt dat de arbeidskorting gericht is op binnenlands belastbaar inkomen en dat de tijdelijke invoering van een tijdsevenredige vermindering van heffingskortingen na emigratie geen reden is dit begrip anders uit te leggen. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat alleen het in Nederland belastbare loon meetelt voor de arbeidskorting.