Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
mr. [naam 4] .
Overwegingen
Geschil8. In geschil is de hoogte van de arbeidskorting.
17 december 2021. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande aanleiding de redelijke termijn met een periode van één jaar te verlengen, zodat sprake is van een overschrijding van ruim twee maanden. De vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt daarom vastgesteld op € 500, te vergoeden door verweerder.
Beslissing
€ 500;
mr. S.E. Postema en mr. A.J.M. Arends, leden, in aanwezigheid van mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024.