ECLI:NL:HR:2021:245
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak over aanslagen en boetes
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 juni 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor de jaren 2013 en 2014, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen en belastingrente, heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de door belanghebbende aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd van kracht.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Loon (voorzitter), Faase en Van Eijsden en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.