Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
2 maart 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak staat de feitelijke aanranding van een 16-jarig meisje met psychische problematiek centraal. De verdachte heeft haar tegen haar wil gedwongen tot ontuchtige handelingen en haar kledingstukken, waaronder een bh en een Adidas T-shirt, weggenomen.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding voor deze kledingstukken, die door de politie in beslag waren genomen. Het hof kende haar een bedrag van €50 toe, ondanks dat de kledingstukken in principe konden worden teruggegeven. Het hof oordeelde dat de negatieve lading die aan deze goederen kleefde door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte ertoe leidde dat de benadeelde partij afstand had gedaan van de kledingstukken en daardoor schade had geleden.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat er voldoende causaal verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen en de geleden schade. Het beroep van de verdachte wordt verworpen. De overige klachten worden eveneens ongegrond verklaard zonder nadere motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toewijzing van €50 schadevergoeding voor kledingstukken.