Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans op onjuiste gronden, tot toewijzing is gekomen van – blijkens de toelichting – twee materiële schadeposten. Het betreft de herstelkosten aan de gevelpui en voordeur alsmede de kosten van het plaatsen van een camerasysteem bij de woning van de benadeelde partij.
Omschrijving materiële/verplaatste schade Bedrag Bijlage
Herstelkosten gevel + voordeur
(zie foto, bijlage 7a).De witte gevelpui en voordeur zullen opnieuw beschilderd moeten worden in de originele kleuren. Benadeelde heeft een offerte opgevraagd van de herstelkosten
(zie offerte, bijlage 7b).€ 1160,00
zie nota, bijlage 10).
.Benadeelde ervaart de vernielingen als een enorme aantasting van haar eigendom en veiligheidsgevoel. Daarom heeft benadeelde begin augustus camera's laten plaatsen. Ondanks de camera's bleef verdachte gewoon doorgaan met benadeelde belagen en haar spullen vernielen. Verdachte heeft namelijk begin september de gevel, ruiten en poort van de woning van benadeelde met rode verf besmeurd.’
.De benadeelde partij is bang dat de stalking door zal blijven gaan en wil alleen rust. Zij heeft een camerasysteem aangeschaft om bewijs te kunnen vergaren.
(hof: zie bijlagen 2 en 3)blijkt dat er verder alleen wat verf op de voordeur heeft gezeten. De politierechter heeft de herstelkosten van de gevelpui en voordeur begroot op een bedrag van € 600,00, maar volgens cliënt is dit bedrag te hoog. Nu de voordeur enkel zou zijn geschuurd en geverfd kunnen de herstelkosten volgens cliënt niet zo hoog zijn geweest. Bovendien wenst cliënt op te merken dat de gehele voorgevel circa zes maanden voorafgaand aan het incident is geschilderd voor een bedrag van € 500,00. Naar de mening van cliënt dienen de herstelkosten van de gevelpui en voordeur te worden begroot op een bedrag van ten hoogste € 250,00.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
conditio sine qua nonvormen. Voornoemde kosten zijn redelijkerwijs toe te rekenen aan en het rechtstreekse gevolg van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte.
NJ2019/379 m.nt. Vellinga) heeft Uw Raad onder meer het volgende overwogen (met weglating van voetnoten):
dezebepaalde gebeurtenis mocht worden verwacht.’ [3]
conditio sine qua nonvormen’. Deze redengeving, bezien in samenhang met de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen, bevat naar het mij voorkomt de gronden die de toewijzing van de vordering kunnen dragen. In een en ander ligt besloten dat de kosten zijn gemaakt teneinde later daadwerkelijk gepleegde strafbare feiten te voorkomen, en dat het vereiste causale verband vaststaat. [6] Hierbij merk ik op dat het niet nodig is dat komt vast te staan dat de maatregelen ter zake waarvan de kosten zijn gemaakt, inderdaad tot een voorkoming of beperking van schade hebben geleid. Voldoende is dat de kosten tot het bedoelde doel zijn gemaakt en dat zij met het oog op dat doel ‘redelijk’ waren. [7]