ECLI:NL:HR:2021:251
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2013
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 juli 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2013, de boetebeschikking en de beschikking inzake belastingrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Dit arrest is op 19 februari 2021 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren M.A. Fierstra (voorzitter), J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.