ECLI:NL:HR:2021:305
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak 2016
Belanghebbende stelde in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van het Hof werd door belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op de inhoud van de klachten en het advies van de procureur-generaal geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens duidelijke kansloosheid.