Uitspraak
1.De uitspraak van de rechtbank
2.Het cassatieberoep
3.Waar het in deze zaak om gaat
4.De overwegingen van de rechtbank
5.Wettelijk kader
Wettelijke bepalingen zoals deze golden ten tijde van de uitspraak van de rechtbank
6.Beoordeling van het cassatiemiddel
Verder geldt dat ingeval een taakstraf is mislukt er bij de betekening van de in artikel 22g leden 1 en 2 Sr bedoelde kennisgeving voorschriften in acht moeten worden genomen die beogen zoveel mogelijk te bewerkstelligen dat die kennisgeving de veroordeelde bereikt. Als uit de stukken - bijvoorbeeld de rapportage van de reclassering bedoeld in artikel 3:17 lid 3 van Pro het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen - blijkt dat de veroordeelde die niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen aan de reclassering een feitelijke woon- of verblijfplaats heeft opgegeven, moet dit adres worden aangemerkt als het adres waar op grond van artikel 36e lid 1, sub b onder 2°, Sv de kennisgeving dient te worden aangeboden. Ook dient een uit de stukken blijkend, door de veroordeelde aan de reclassering opgegeven (post)adres waarop hij bereikbaar is, te worden aangemerkt als het in artikel 36e lid 2, sub b, Sv bedoelde “adres in Nederland dat de verdachte heeft opgegeven waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden” waaraan in voorkomende gevallen een afschrift van de kennisgeving moet worden toegezonden.
Met betrekking tot jeugdige veroordeelden geldt verder in het algemeen dat de aan de minderjarige betekende kennisgeving ook ter kennis moet worden gebracht aan diens ouders of voogd en aan de raadsman van de minderjarige (vgl. artikel 504 lid Pro 1 (oud) Sv en het huidige artikel 503 lid 1 Sv Pro). Ook met die regeling wordt (mede) beoogd dat de kennisgeving de veroordeelde zoveel mogelijk bereikt.
7.Beslissing
9 maart 2021.