ECLI:NL:HR:2021:360
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt aanslagen rioolheffing gemeente Oostzaan voor 2013 en 2014 wegens onjuiste kostenberekening
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen rioolheffing voor de jaren 2013, 2014 en 2015 opgelegd door de gemeente Oostzaan. Het geschil betrof de toepassing van de opbrengstlimiet en de vraag of bepaalde kostenposten, zoals perceptiekosten en kosten van het vegen van wegen, bij de berekening van de geraamde lasten mochten worden betrokken.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat deze kosten wel konden worden meegeteld, maar de Hoge Raad stelde in cassatie vast dat deze kosten niet in de gemeentebegroting waren opgenomen en derhalve niet als lasten ter zake van de riolering mochten worden gerekend. Hierdoor was de opbrengstlimiet overschreden en waren de verordeningen voor 2013 en 2014 geheel respectievelijk partieel onverbindend.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraken van het Hof en de Rechtbank voor zover deze betrekking hadden op de jaren 2013 en 2014, vernietigde de aanslag 2013 volledig en verminderde de aanslag 2014. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
De uitspraak bevestigt het belang van een correcte en transparante kostenberekening bij rioolheffingen en benadrukt de strikte toepassing van de opbrengstlimietregels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslagen rioolheffing 2013 en 2014 wegens onjuiste kostenberekening en vermindert de aanslag 2014.