ECLI:NL:HR:2019:1424
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Cassatie over toevoeging egalisatiereserve in rioolheffing gemeente Menterwolde
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Menterwolde legde aan belanghebbende, een woningcorporatie, rioolheffingsaanslagen op voor de jaren 2013 en 2014. De heffingsambtenaar baseerde deze aanslagen mede op een post 'Mutatie egalisatiereserve' in de begroting, die als last ter zake van de riolering werd beschouwd.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat deze post niet als last ter zake van de riolering kon worden aangemerkt omdat deze een sluitpost was zonder directe relatie met vervangingsinvesteringen of onderhoudskosten. Hierdoor waren de verordeningen rioolheffing voor beide jaren onverbindend. Het hof oordeelde ook dat omzetbelasting die recht gaf op BTW-compensatiefondsbijdrage niet in de lasten mocht worden opgenomen, maar perceptiekosten wel.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof terecht oordeelde dat de egalisatiereserve alleen als last ter zake van de riolering kan worden gezien indien deze is gevormd voor kosten als bedoeld in artikel 228a Gemeentewet. De Hoge Raad oordeelde dat omzetbelasting die recht geeft op BTW-compensatie wel als last mag worden meegenomen, maar perceptiekosten niet. Voor 2014 bleef het oordeel van het hof overeind, maar voor 2013 was onduidelijk of de omzetbelasting de baten met meer dan 10% overschreed, zodat het arrest voor dat jaar werd vernietigd en de zaak werd verwezen voor nader onderzoek.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt voor nader onderzoek over 2013 terugverwezen.