Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
23 maart 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die samen met zijn vriendin, de eigenaar van een woning, deze woning betrad terwijl de ex-vriend van zijn vriendin de woning feitelijk bewoonde. De verdachte forceerde een raam en trapte de deur in om binnen te komen. De ex-vriend deed aangifte wegens huisvredebreuk.
Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte wederrechtelijk was binnengedrongen in de woning, ondanks dat hij dit samen met de eigenaar deed en met haar toestemming. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het huisrecht van de feitelijke bewoner beschermd wordt onder artikel 138 Sr Pro, ongeacht toestemming van de eigenaar.
Daarnaast vernietigt de Hoge Raad ambtshalve het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast als maatregel bij niet-betaling van schadevergoeding, en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep van de verdachte wordt voor het overige verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 23 maart 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor huisvredebreuk en vernietigt ambtshalve de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel.