Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
V:Hoe heb je dat gedaan?
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens meermalen wederrechtelijk binnendringen in een woning die in gebruik was bij een ander. De woning was eigendom van de vriendin van de verdachte, maar werd gehuurd en bewoond door het slachtoffer. De verdachte betrad de woning door braak, samen met de eigenaresse, en maakte daarbij schade aan de voordeur.
In cassatie stelde de verdachte dat het binnendringen niet wederrechtelijk kon zijn omdat de eigenaar toestemming had gegeven. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en benadrukte dat het huisrecht wordt ontleend aan de feitelijke bewoning en dat het binnendringen tegen de wil van de gebruiker van de woning strafbaar is, ook als de eigenaar toestemming zou hebben gegeven.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd was en dat het hof terecht had vastgesteld dat het binnendringen wederrechtelijk was. Daarnaast bepaalde de Hoge Raad ambtshalve dat bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens wederrechtelijk binnendringen en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis.