ECLI:NL:HR:2021:435
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting aanslagen 2009-2012
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslagen vennootschapsbelasting en de daarbij opgelegde heffingsrente voor de jaren 2009 tot en met 2012. Na uitspraak van de Rechtbank Den Haag stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof deed uitspraak op 19 februari 2020, waarbij de aanslagen en rente werden bevestigd.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere middelen werden voorgesteld tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft deze middelen beoordeeld en geoordeeld dat geen van deze middelen aanleiding geeft tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad ziet ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren van de Hoge Raad op 26 maart 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.