ECLI:NL:HR:2021:47
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2008
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2019, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. Het geschil betrof de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2008 en de daarbij behorende beschikking inzake heffingsrente opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Van Loon, Faase en Van Eijsden op 15 januari 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.