Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 maart 2021.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin hij bij verstek was veroordeeld. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat de mededeling van de verstekuitspraak niet met de nodige voortvarendheid was betekend, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf met twee maanden, van de oorspronkelijke straf naar een duur van één maand en drie weken.
Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige betekening van verstekuitspraak om schending van het recht op een eerlijk proces te voorkomen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd met twee maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.