Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 20 december 2019 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie en ongegrondverklaring van het incidentele beroep in cassatie. [1]
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in België en werkzaam voor een Nederlandse werkgever, maakte aanspraak op aftrek van pensioenpremies uit een Belgische pensioenregeling met afkoopmogelijkheid. Het Hof 's-Hertogenbosch had geoordeeld dat belanghebbende op grond van het gelijkheidsbeginsel deze premies mocht aftrekken, omdat hij gelijk zou zijn aan een Nederlandse grensarbeider met een Belgische werkgever die dezelfde regeling geniet.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof ten onrechte het gelijkheidsbeginsel toepaste omdat de situaties niet gelijk zijn: belanghebbende werkt voor een Nederlandse werkgever, terwijl de grensarbeider voor een Belgische werkgever werkt. De fiscale regels en toepasselijke wetgeving verschillen hierdoor, waardoor geen gelijke gevallen zijn. De klachten over schending van EU-verkeersvrijheden worden eveneens verworpen.
De Hoge Raad verklaart het principale beroep gegrond, het incidentele beroep ongegrond, vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Dit betekent dat belanghebbende de pensioenpremies niet in aftrek kan brengen op zijn belastbare inkomen. De proceskosten worden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, waardoor belanghebbende de pensioenpremies niet kan aftrekken.