Uitspraak
gevestigd te Utrecht,
gevestigd te Amsterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijk incidentele beroep
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beslissing
9 april 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of Booking.com verplicht is deel te nemen aan het bedrijfstakpensioenfonds voor de reisbranche, omdat zij al dan niet als (online) reisagent bemiddelt bij het tot stand komen van overeenkomsten op het gebied van reizen. Het bedrijfstakpensioenfonds vorderde een verklaring voor recht dat Booking.com onder het verplichtstellingsbesluit valt.
De kantonrechter en het hof Amsterdam hadden de vordering afgewezen, stellende dat Booking.com niet bemiddelt bij het tot stand komen van reisovereenkomsten, maar slechts een platform aanbiedt voor reserveringen. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
De Hoge Raad stelt dat het begrip bemiddelen in het verplichtstellingsbesluit moet worden uitgelegd aan de hand van art. 7:425 BW Pro, waarbij bemiddeling inhoudt dat een tussenpersoon werkzaamheden verricht die dienstbaar zijn aan het tot stand komen van een overeenkomst. Booking.com faciliteert via haar platform het tot stand komen van contracten tussen klanten en accommodatieverstrekkers en ontvangt daarvoor een commissie nadat de gast heeft verbleven.
De Hoge Raad oordeelt dat deze werkzaamheden voldoende zijn om te spreken van bemiddeling in de zin van het verplichtstellingsbesluit. Het feit dat Booking.com niet zelf de overeenkomsten sluit, doet hier niet aan af. De toevoeging van “(online)” in 2015 verduidelijkt de werkingssfeer zonder inhoudelijke wijziging. De zaak wordt verwezen voor verdere beoordeling van overige verweren.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat Booking.com bemiddelt bij het tot stand komen van reisovereenkomsten en daarom onder het verplichtstellingsbesluit valt, vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof Den Haag.