ECLI:NL:HR:2021:587

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
15 april 2021
Zaaknummer
20/03383
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:448 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag bewindvoerder wegens gewichtige redenen afgewezen

In deze zaak stond een verzoek tot ontslag van een bewindvoerder centraal. De verzoeker had bij de rechtbank Overijssel en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een procedure gevoerd waarin het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder werd afgewezen. Vervolgens stelde de verzoeker cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te onderzoeken, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad volgde. De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend. De uitspraak werd gedaan door een kamer van drie raadsheren, waarbij de uitspraak in het openbaar door een vierde raadsheer werd uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder is verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/03383
Datum16 april 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[rechthebbende],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [rechthebbende],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
[de bewindvoerder] handelend onder de naam [A],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de bewindvoerder,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 8045211 BM VERZ 19-2172 van de rechtbank Overijssel van 6 december 2019;
de beschikking in de zaak 200.275.816 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2020.
[rechthebbende] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [rechthebbende] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
16 april 2021.