Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
11 mei 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende witwassen van een Rolex-horloge en geldbedragen. De verdachte stelde onder meer dat de geldbedragen een legale herkomst hadden, hetgeen door de Hoge Raad niet tot vernietiging van het hofarrest leidde.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest alleen voor wat betreft de strafduur, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf, maar het cassatieberoep werd voor het overige verworpen. Een belangrijk onderdeel van het cassatieberoep betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, maar gezien de opgelegde gevangenisstraf van vijf maanden en de mate van overschrijding, werden daaraan geen verdere rechtsgevolgen verbonden. Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, ondanks overschrijding van de redelijke termijn bij een gevangenisstraf van vijf maanden.