Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 mei 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft het bezit van twee pistolen, een geluiddemper en munitie aangetroffen in de woning van de verdachte op 9 september 2014. Het hof Amsterdam verwierp het beroep van de verdachte op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en bewijsuitsluiting, ondanks vastgestelde onwaarheden in de onderbouwing van de doorzoekingsvordering.
De Hoge Raad herhaalt dat artikel 359a Sv alleen ziet op vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek naar het feit waarvoor de verdachte wordt vervolgd. Het hof had geoordeeld dat het vormverzuim zich voordeed in een ander onderzoek en daarom geen rechtsgevolgen hoefde te verbinden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet heeft onderzocht of het vormverzuim bepalend was voor het opsporingsonderzoek en vervolging van het tenlastegelegde feit.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin wordt gesteld dat bij vormverzuimen buiten het voorbereidend onderzoek toch rechtsgevolgen kunnen worden verbonden indien het verzuim van bepalende invloed is geweest. Omdat het hof deze vraag niet heeft beantwoord, vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling.
De Hoge Raad benadrukt dat de processen-verbaal in de aanloop naar de doorzoeking niet aan de maatstaven voldeden en dat de verbalisanten de waarheidsvinding hebben opgerekt, wat kwalijk is. De zaak wordt nu opnieuw behandeld met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van vormverzuim en gevolgen.