Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.C. de Zeeuw, heeft een verweerschrift ingediend.
2.Uitgangspunten in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De Rechtbank heeft geoordeeld dat geen sprake is van feitelijk gelijke gevallen. Dat oordeel heeft de Rechtbank erop gegrond dat (i) het parkeren bij belanghebbende overdag gebeurt tijdens het verblijf in het park, terwijl het parkeren van de auto bij de in de goedkeuring genoemde bedrijven normaal gesproken langer duurt, en ook tijdens de nacht plaatsvindt, en (ii) de goedkeuring mede is ingegeven door het gebruik van de auto als trek- of vervoermiddel van kampeermiddelen, koffers en dergelijke, terwijl voor het vervoer naar het attractiepark de auto deze functie niet vervult. De stelling van belanghebbende dat de auto niet alleen de functie heeft van het vervoeren van de personen die het park bezoeken maar ook het vervoeren van de tassen met consumpties om tijdens het parkbezoek te nuttigen, maakt dat naar het oordeel van de Rechtbank niet anders.